21 Toen ging Jezus daar weg en vertrok naar het gebied van Tyrus en Sidon.
22 En zie, er kwam een vrouw uit Kanaan, uit datzelfde gebied, en riep tegen Hem, en zei: Heb genade voor mij, O Heer, Zoon van David. Mijn dochter is ontzettend bezeten door een demon.
23 Maar Hij antwoordde haar niet, geen één woord. En zijn discipelen kwamen en vroegen Hem, ze zeiden: Stuur haar weg, want ze roept ons na.
24 Maar Hij antwoordde en zei: Ik ben voor niets anders gezonden, dan voor de verloren schapen van het huis van Israel.
25 Toen kwam zij, en knielde voor Hem neer, en zei: Heer, help mij.
26 Maar Hij antwoordde en zei: Het is niet goed om het brood van de kinderen te nemen, en het aan de honden te geven.
27 En ze zei: Ja, Heer, maar de honden eten de kruimels, die van de tafel van hun baas vallen.
28 Toen antwoordde Jezus en zei tegen haar: O, vrouw, groot is uw geloof. Moge het zo zijn met u, zoals u wilt. En haar dochter werd genezen, vanaf dat moment.
29 En Jezus vertrok van daar, en kwam bij het meer van Galilea, en klom op de berg, en ging daar zitten.
30 En veel mensen kwamen naar Hem toe, ze hadden megenomen diegenen die waren kreupel, blind, verlamd, en veel anderen. En ze legden ze aan de voeten van Jezus, en Hij genas ze.
woensdag 29 oktober 2008
Matteus 15: 21 - 30
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen