1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
1 Waarom bent U zo ver, O HEER? Waarom verbergt U zich in tijden van nood?
2 De kwaadwillige in zijn trots, beknelt de hulploze. Laat ze gevangen worden in de vallen die ze zelf hebben bedacht.
3 Want de boze spreekt trots over de lust in zijn hart, zegent de uitbuiters en lastert de HEER.
4 De godeloze, in de bewondering van zichzelf, is niet op zoek naar God, al zijn gedachten zijn: Er is geen God.
5 Zijn wegen zijn altijd droevig. Uw aanwijzingen zijn ver boven, buiten zijn zicht. En al zijn tegenstanders, hij kijkt op hen neer.
6 Hij zegt in zichzelf: "Ik zal niet wankelen want ik kom nooit in tegenspoed."
7 Zijn mond is vol met vloeken, bedrog en fraude. Onder zijn tong zijn kwaadwilligheid en leegte.
8 Hij verbergt zich en loert, in verborgen plaatsten doodt hij de onschuldigen, zijn ogen volgen stiekem de armen.
9 Hij ligt en wacht verborgen, als een leeuw in zijn hol, hij ligt en wacht om de arme te vangen, hij vangt de arme door hem naar zijn net te lokken.
10 Hij gaat tegen de grond liggen zodat de arme gegrepen wordt door zijn sterke klauwen.
11 Hij zegt in zijn hart: God heeft het vergeten, hij verbergt zijn gezicht, hij zal het nooit zien.
12 Sta op, O HEER, O God hef Uw hand op, vergeet niet de verbrokenen.
13 Hoe komt dat de boze spot met God? Hij zegt in zijn hart: U zult niet vergelden.
14 U heeft het gezien. Want U ziet misdaad en ellende, U weegt het met Uw hand. De arme heeft zich aan U overgegeven. U bent de helper voor hen, zonder vader.
15 Breek de arm van de goddeloze, boze mens. Verdrijf het kwade uit hem, tot U er niets meer van kunt vinden.
16 De HEER is Koning voor altijd. De goddelozen zijn verdwenen uit zijn land.
17 HEER, U heeft gehoord de wens van de armen. U zult hun hart vervullen, U zult horen.
18 Om recht te verschaffen aan hen, zonder vader en aan de verdrukten, zodat de mens van de aarde ze niet meer kan benauwen.
woensdag 11 juni 2008
Psalm 10
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen