1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1 Een klaaglied van David, dat hij voor de HEER heeft gezongen, op de woorden van "Cusch, de Benjaminiet".
2 O HEER, mijn God, op U vertrouw ik.
Red me van al mijn vervolgers, en verlos mij,
3 Zodat hij mijn ziel niet kan verscheuren,
als een leeuw, mijn ziel in stukjes scheuren,
terwijl er niemand is om mij te redden.
4 O HEER, mijn God,
indien ik dat gedaan heb,
indien er onrecht aan mijn handen kleeft,
5 Indien ik kwaad heb gedaan
aan hem die in vrede met mij was,
(ja, ik heb gered wie zonder reden mijn vijand is):
6 Laat dan mijn vijand
mijn ziel vervolgen en afnemen.
Ja, laat hem mijn leven op de grond vertrappen
en mijn eer in het stof werpen. sela
7 Sta op, o HEER, in Uw woede,
verhef U tegen de boosheid van mijn vijanden.
En ontwaak voor mij, om de gerechtigheid
die U heeft uitgesproken.
8 Zo zullen de mensen U omringen.
Keer voor hen terug omhoog.
9 De HEER zal de mensen oordelen.
Oordeel mij, o HEER, volgens mijn rechtvaardigheid,
en volgens mijn oprechtheid die in mij is.
10 O, laat de boosheid van de kwaden
tot een einde komen,
maar richt de rechtvaardigen op.
Want de rechtvaardige God
doorgrondt de harten en de gedachten.
11 Mijn bescherming is van God,
die de oprechten van hart redt.
12 God is een rechtvaardige rechter,
en God bestraft de kwaden iedere dag.
13 Als hij zich niet bekeert,
scherpt Hij zijn zwaard,
spant Hij zijn boog en maakt hem gereed.
14 Hij heeft ook voorbereid
de wapens van de dood voor hem,
Hij richt Zijn pijlen tegen de vervolgers.
15 En zie, wie met onrechtvaardigheid omging,
en misdaad droeg, heeft bedrog gebaard
16 Hij heeft een kuil gegraven,
en is gevallen in de kuil
die hij zelf heeft gemaakt.
17 Zijn misdaad zal terugkomen
op zijn eigen hoofd,
en zijn daden van geweld
zullen vallen op zijn eigen schedel.
18 Ik zal de HEER prijzen,
om Zijn gerechtigheid.
En ik zal lof zingen
voor de naam van de HEER, de Allerhoogste.
zaterdag 26 april 2008
Psalm 7
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
0 reacties:
Een reactie plaatsen