dinsdag 29 april 2008

Matteus 9

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28

1 En Hij ging in het schip, voer naar de overkant en kwam in Zijn eigen stad.

2 En zie, ze brachten bij Hem een verlamde man, die lag op een bed. En toen Jezus hun vertrouwen zag, zei tegen de verlamde: Zoon, wees gerust, je zonden zijn je vergeven.

3 En zie, enkele schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze man lastert God.

4 Jezus kende hun gedachten en zei: Waarom heb je kwade gedachten in je hart?

5 Want wat is makkelijker, te zeggen: Je zonden zijn je vergeven, of te zeggen: sta op en loop?

6 Maar omdat je mag weten dat de Zoon van de mensen de volmacht op aarde heeft om zonden te vergeven, zei Hij tegen de verlamde: Sta op, pak je bed op en ga naar huis.

7 En hij stond op en vertrok naar zijn huis.

8 Maar wanneer de mensen dat zagen, hadden ze bewondering en loofden God, die zo veel macht heeft gegeven aan de mensen.

9 En Jezus ging verder. Hij zag een man, Matteüs genaamd, die zat bij het kantoor van de belasting, en zei tegen hem: Volg mij. En hij stond op en volgde Hem.

10 En toen Jezus aan tafel zat in het huis, kwamen er veel tollenaars en zondaars en gingen aan tafel zitten samen met Hem en zijn discipelen.

11 En toen de Farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen zijn discipelen: Waarom eet jullie meester met tollenaars en zondaars?

12 Maar toen Jezus dit hoorde, zei Hij tegen hen: Zij die gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar zij, die ziek zijn.

13 Ga maar, en leer wat dit betekent. Ik zal genade hebben en geen opoffering. Want Ik ben niet gekomen om de rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.

14 Toen kwamen de discipelen van Johannes naar Hem toe en zeiden: Waarom vasten wij en de Farizeeën zo vaak, maar Uw discipelen vasten niet?

15 En Jezus zei tegen hen: Kunnen de kinderen van de bruiloftkamer treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen wanneer de bruidegom weggenomen van hen zal worden, en dan zullen ze vasten.

16 Niemand zet een onbewerkte lap op oude kleding. Want de lap die gezet is om het gat op te vullen, tast het stof aan, en de scheur wordt nog erger.

17 Noch doet men jonge wijn in oude kruiken. Anders barsten de kruiken, de wijn wordt verspild en de zakken worden onbruikbaar. Maar men doet jonge wijn in nieuwe kruiken en alle twee blijven bewaard.

18 Terwijl Hij dit tegen hen aan het vertellen was, kwam er een synagogeleider. Hij boog voor Hem met de woorden: Mijn dochter is zojuist gestorven. Maar kom en leg Uw hand op haar, en ze zal leven.

19 En Jezus stond op, en volgde hem, en zo deden ook zijn discipelen.

20 En zie, een vrouw die twaalf jaar lang leed aan bloedverlies, kwam achter Hem en raakte de plooi van Zijn kleed aan.

21 Want ze zei bij zichzelf: Als ik maar alleen Zijn kleed aanraak, dan word ik genezen.

22 Maar Jezus draaide Zich om en toen Hij haar zag, zei Hij: Wees gerust, dochter, jouw geloof heeft jou genezen. En de vrouw was vanaf dat moment genezen.

23 En toen Jezus kwam in het huis van de synagogeleider, en zag de fluitspelers en de mensen aan het rouwen,

24 zei Hij tegen hen: Verlaat de kamer. Want het meisje is niet dood, maar ze slaapt. En ze lachte Hem uit.

25 Maar toen de mensen weg waren, ging Hij naar binnen, nam haar bij de hand en het meisje stond op.

26 En de roem van dit verspreidde zich in het hele land.

27 En toen Jezus verder ging vandaar, volgden Hem twee blinden en zeiden huilend: U, Zoon van David, heb medelijden met ons.

28 En toen Hij in het huis gekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. En Jezus zei tegen hen: Geloven jullie dat Ik in staat ben om dit te doen? Ze zeiden tegen Hem: Ja, HEER.

29 Toen raakte Hij hun ogen aan met de woorden: Wat je gelooft zal voor je gebeuren.

30 En hun ogen werden geopend. En Jezus gaf ze een opdracht en zei: Zorg ervoor dat niemand dat weet.

31 Maar zij, toen ze vertrokken waren, verspreidden Zijn roem in het hele land.

32 En zie, meteen nadat ze weg gingen, werd er bij Hem een man gebracht die niet kon spreken, bezeten door een demon.

33 En nadat de demon uitgedreven was, sprak de doofstomme. En de mensen bewonderden en zeiden: Zoiets was nog nooit in Israël gezien.

34 Maar de Farizeeën zeiden: Hij dreef demonen uit door de prins van de duivels.

35 En Jezus ging langs alle steden en dorpen, onderwees in de synagogen, verkondigde het goede nieuws en genas iedere ziekte en iedere kwaal tussen de mensen.

36 En toen Hij de mensen zag, werd Hij bewogen door medeleven met hen, omdat ze uitgeput en verlaten waren, als schapen zonder herder.

37 Toe zei Hij tegen Zijn discipelen: De oogst is echt overloedig, maar de werkers zijn weinig.

38 Bid daarom de HEER van de oogst, dat Hij werkers zal sturen voor Zijn oogst.

0 reacties: